FFP: ‘Fiscaliteit complexer voor ondernemers’

0

De fiscale maatregelen die met Prinsjesdag zijn aangekondigd maken het complex voor ondernemers en dga’s om de effecten op de eigen financiële situatie te kunnen overzien. Dat stelt FFP. De beroepsorganisatie vraagt haar leden de komende tijd extra tijd beschikbaar te houden voor vragen van ondernemers.

“De komende regelgeving is complex en moeilijk te doorgronden. Onvoldoende aandacht hiervoor door de ondernemer zal in de toekomst tot vervelende verrassingen kunnen leiden”, zegt Rob van den Aker, bestuursvoorzitter van FFP.

“Ondernemers moeten nu eenmaal veel zaken zelf regelen en zien vaak door de bomen het bos niet meer. De nieuwe regels leiden tot verdere afbouw van fiscale ondernemersfaciliteiten, maar zijn ook genuanceerder dan de bestaande. Want het één grijpt in op het andere, je moet het in samenhang bekijken. Wat betekent het bijvoorbeeld als een ondernemer pensioen heeft opgebouwd, een hypotheek heeft op zijn eigen woning en zich afvraagt of hij zijn financiële situatie wel optimaal geregeld heeft? Dat is voor die ondernemer nauwelijks meer te doen.”

De zorg die FFP uitspreekt slaat op de voorgenomen versobering van de ondernemersfaciliteiten, maar ook op de veranderingen in vennootschapsbelasting en inkomstenbelasting die op de ondernemer afkomen. “Ik maak me grote zorgen of de ondernemer dit allemaal wel overziet en of hij of zij de juiste keuzes kan maken. Daarvoor is nogal wat kennis van belastingen nodig”, aldus Van den Aker, die de leden van de beroepsorganisatie FFP voorhoudt de komende tijd extra tijd beschikbaar te houden voor vragen van ondernemers. “Hoe vaker er geroepen wordt dat het allemaal simpeler wordt, hoe meer ik het tegenovergestelde zie.”

Bv voor dga na Prinsjesdag

In een paar voorbeelden schetst FFP de complexiteit voor ondernemers. Welke invloed hebben de voorgestelde veranderingen in inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting bijvoorbeeld op de positie van de bv en de dga?

“De gezamenlijke belastingdruk van inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting bepaalt uiteindelijk wat een ondernemer met een bv, een directeur/grootaandeelhouder (dga), er onderaan de streep van over houdt. Dat rekensommetje was lange tijd 100% min 20% vennootschapsbelasting is 80% overhouden en hiervan nog eens 25% inkomstenbelasting betalen over nog niet uitgekeerde winst, dus uiteindelijk uitkomen op netto 60% als het om uitgekeerde winst ging. Met de toepassing van zelfstandigenaftrek en mkb-winstvrijstelling komt dat plaatje er al snel goedkoper uit. Dus diegene zónder bv is per saldo doorgaans beter af, als alle winst meteen wordt uitgekeerd en er geen verplicht salaris voor de dga zou zijn en er geen andere aftrekposten zouden bestaan. Het ligt dus veel gecompliceerder.”

Verandert dat nu? FFP: “Voor de dga speelt het volgende: zijn salaris wordt belast in box 1, toptarief omlaag, dus gunstiger; zijn winstuitkeringen worden belast in box 2, tarief omhoog, dus ongunstiger, en in de bv zelf worden winsten eerst nog eens belast met vennootschapsbelasting, tarief omlaag, dus gunstiger. Wat levert het rekensommetje gunstig, ongunstig en gunstig uiteindelijk op? De financiële planning van dga na Prinsjesdag 2018 betekent het herijken van de uitgangspositie salaris, dividend en kosten in de bv.”

Het betekent overigens niet alleen gevolgen voor het directe inkomen, maar werkt ook door in de pensioenopbouw voor de dga, zeker nu ‘eigen beheer’ voor nieuwe toetreders niet meer mogelijk is. Maar het heeft ook gevolgen voor de hypotheek bij de eigen bv (de versnelling van de fiscale aftrekbeperking werkt hier extra door) en de aanwezigheid van een bestaande winstreserve.

Is het wijs om versneld dividend uit te keren? “Deze fiscale vragen dienen in lijn te liggen met de uiteindelijke financiële wensen en doelstellingen die de dga heeft omtrent zijn huidige en toekomstige leven en vragen om actualisering van de fiscale ‘instrumenten in combinatie met zijn of haar gewenste levenspatroon.”

Fiscaal minder aantrekkelijk

Fiscaal gezien wordt het allemaal minder aantrekkelijk voor de ondernemer als de regering zijn zin krijgt. Wat gaat er veranderen?

Het maximale tarief waartegen de zelfstandigenaftrek aftrekbaar is wordt gefaseerd beperkt en loopt in lijn met de aftrekbeperking die bijvoorbeeld ook voor hypotheekrenteaftrek geldt. Hypotheekrenteaftrek wordt versneld teruggebracht naar het beoogde percentage, niet over zo’n tien jaar, maar al in 2023. Het maximale tarief waartegen hypotheekrente dan aftrekbaar is, is 36,93%. Dat geldt dan dus ook voor de zelfstandigenaftrek.

Fiscaal speelt ook de verhoging van het laagste BTW-tarief van 6% naar 9% voor veel ondernemers. Zij zijn weliswaar ‘doorgeefluik’ van deze belasting, maar in hoeverre kunnen zij de prijs van deze hogere belasting doorberekenen aan hun klanten en welk deel nemen zijn voor hun eigen rekening? Betekent dit een omzetderving van 3% omdat ze alles zelf betalen? Betekent het iets anders omdat klanten (iets) minder zullen kopen? Twee belastingsoorten die ingrijpen in het inkomen van de ondernemer. Als dat inkomen bruto én netto anders ligt, wat betekent dit dan voor bijvoorbeeld het pensioen? Of het kopen en financieren van een huis en het bereiken van de gewenste levensstandaard?

FFP: “De nieuwe fiscale lijnen van Prinsjesdag en het Belastingplan 2019 hebben ingrijpende gevolgen voor het financiële huishouden van de ondernemer, waarmee eens temeer duidelijk wordt dat een ‘simpele’ belastingverhoging niet op zich staat, maar in zijn context bekeken moet worden. Dit vraagt om integrale financiële planning, waarbij juist de combinatie van fiscaliteit en gewenste levensstandaard een must is.”

Nooit meer financieel nieuws missen? Kies welk platform het best bij u past en volg InFinance op:
Facebook, Twitter en/of LinkedIn

Deel dit artikel

Over de auteur

Redactie InFinance

De redactie is verantwoordelijk voor de dagelijkse nieuwsupdates op de website InFinance.nl en nieuwsbrief InFinance Daily.