Het is niet waar

0

Vol trots vertelde de directeur van de bank mij: Big data. Dat was de toekomst. Recent had de bank daarin weer een mooie stap voorwaarts gezet. Wat had men namelijk gedaan? Van klanten van wie men bericht had ontvangen dat zij gingen scheiden, hadden ze de betaalgegevens over een periode tot twee jaar voor de scheiding geanalyseerd en vergeleken met de betaalgegevens van de mensen die niet waren gescheiden.

“Wij gaan deze data gebruiken bij het bepalen van het wel of niet verstrekken van hypotheken”, was het antwoord.

Aan de hand van deze uitgebreide analyse had men vervolgens de afwijkende patronen in beeld gebracht. Mijn vraag was meteen wat dit voor patronen dan wel waren. Een beetje armoedig dacht ik meteen aan extra kortdurend verblijf in hotels, meer horeca, etc. Maar dit bleek iets te simpel. De analyses waren een stuk doorwrochter dan deze aannames.

Bank ziet scheiding aankomen

De gesprekspartner was niet echt duidelijk wat die gevonden patronen precies inhielden. Wel ging hij enthousiast verder om mij de toekomst van big data te verduidelijken. De gevonden patronen had men vertaald in intelligente algoritmes en vervolgens losgelaten op een bestand van klanten die nog niet waren gescheiden. Binnen deze groep klanten werden klanten gevonden die dezelfde uitgaven-patronen hadden als hun eerder gescheiden mede klanten. En toen kwam het hoogtepunt van dit verhaal: De bank is deze groep klanten actief gaan volgen. En wat bleek? Binnen twee jaar na deze constatering bleek 75 % van deze groep klanten ook gescheiden te zijn. De bank wist dus eerder dat een stel ging scheiden dan de partners dit zelf wisten!

Wat doe je met deze kennis was mijn vraag? “Wij gaan deze data gebruiken bij het bepalen van het wel of niet verstrekken van hypotheken”, was het antwoord. Dit op zich verrassende antwoord werd meteen gevolgd door de toelichting dat de bank hiertoe zowel publiekrechtelijk als civielrechtelijk verplicht was.

Geschillencommissie KiFiD

“De AFM verplicht ons als geldverstrekker rekening te houden met toekomstige calamiteiten bij het beantwoorden van de vraag of een lening verantwoord is. Indien wij met een grote mate van zekerheid kunnen voorzien dat kopers van een woning binnen twee jaar gaan scheiden en daardoor in de situatie komen dat zij de lening niet langer kunnen dragen dan mogen wij die lening van de toezichthouder niet verstrekken.

Maar ook civielrechtelijk zijn wij aansprakelijk. Indien wij met de kennis dat het huwelijk van de klant op springen staat de lening toch verstrekken, waardoor de klant in financiele problemen komt, dan kan de klant ons terecht kwalijk nemen dat wij die lening toch verstrekt hebben. Zo een zaak redden we echt niet bij de Geschillencommissie KiFiD. Dus een lening in die omstandigheden verstrekken we dan ook niet.”

Het is niet waar. Maar wat als het wel waar wordt?

Deel dit artikel

Deel dit artikel

Over de auteur

Jurjen Oosterbaan Martinius

Jurjen Oosterbaan Martinius is al 25 jaar eigenaar van Bureau DFO. Hij is een autoriteit op het gebied van Wft en biedt financieel dienstverleners ondersteuning op het gebied van ondernemerschap en strategische vraagstukken.