Kifid staat vrije advocaatkeuze buitengerechtelijke procedure toe

0

De Geschillencommissie van Kifid is van mening dat een verzekerde ook in een buitengerechtelijke procedure recht heeft op vrije advocaatkeuze. Rechtsbijstandverzekeraar DAS vreest dat deze verruiming van de vrije advocaatkeuze zal leiden tot onbetaalbare rechtsbijstandverzekeringen.

De Geschillencommissie deed de uitspraak in een zaak waarin een atlete bij haar rechtsbijstandverzekeraar de kosten voor een sportrechtspecialist claimde, om een over haar gepubliceerd artikel in het tijdschrift van de Nederlandse Triatlonbond te laten rectificeren. Rechtsbijstandsverzekeraar DAS wijst de claim af omdat er geen procedure zou zijn gevoerd. De rechtsbijstandverzekeraar redeneerde dat hier sprake is van een buitengerechtelijke procedure en daarvoor zou het recht op vrije advocaatkeuze niet gelden.

De consument legt zich hier niet bij neer en beklaagt zich met succes bij Kifid. De Geschillencommissie van Kifid ziet in de uitspraak van het Europese Hof van Justitie van 14 mei 2020 namelijk voldoende aanknopingspunten om onder ‘gerechtelijke procedure’ ook te verstaan een buitengerechtelijke procedure. De verzekeraar dient de ‘redelijk gemaakte kosten’ voor de sportrechtspecialist tot het kostenmaximum van 5.000 euro aan de consument te vergoeden.

Onbetaalbare polissen

Volgens de verzekeraar zal deze verruiming van de vrije advocaatkeuze leiden tot onbetaalbare rechtsbijstandverzekeringen. In dat kader merkt de Geschillencommissie op dat de vrije advocaatkeuze al telkens is verruimd in eerdere uitspraken van het Europese Hof van Justitie en dat rechtsbijstandverzekeraars in reactie daarop maatregelen hebben genomen voor het betaalbaar houden van rechtsbijstandverzekeringen. Het is volgens de Geschillencommissie ook nu weer aan de verzekeraar om aan deze nieuwe verruiming verder invulling te geven. Het feit dat de Nederlandse rechtsbijstandverzekering een naturaverzekering is, mag volgens de uitspraak niet leiden tot een beperking voor de verzekerden om zelf een advocaat te kiezen in geval van een juridisch conflict.

De Geschillencommissie zegt zich te realiseren dat deze uitspraak gevolgen kan hebben voor de uitvoering van rechtsbijstandverzekeringen. Zo loopt een verzekerde bijvoorbeeld het risico dat het budget van de vrije advocaatkeuze al grotendeels of geheel is verbruikt in een buitengerechtelijke procedure, voordat hij of zij aan een gerechtelijke procedure begint. Maar ook hier schuift De Geschillencommissie de verantwoordelijkheid door. “Het is aan de rechtsbijstandverzekeraars en advocaten om verzekerden goed te informeren over zowel de mogelijkheden als de risico’s, zodat verzekerden een weloverwogen beslissing kunnen nemen.”

Uitspraak Europese Hof van Justitie

Wat kan precies worden verstaan onder een gerechtelijke procedure? Dat is in deze klachtzaak de hoofdvraag die de Geschillencommissie moest beantwoorden. Het Europese Hof van Justitie heeft hierover op 14 mei 2020 in een Belgische zaak beslist dat het begrip gerechtelijke procedure even ruim moet worden uitgelegd als het begrip administratieve procedure. “Kort gezegd moet onder gerechtelijke procedure worden verstaan:

  1. a) een procedure voor gerechtelijke of buitengerechtelijke bemiddeling
  2. b) waarbij een rechterlijke instantie betrokken is of kan worden
  3. c) bij het starten van deze procedure of na afloop ervan.

In feite legt het Europese Hof van Justitie met deze uitspraak uit hoe artikel 201 van de Europese richtlijn over toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en herverzekeringsbedrijf gelezen moet worden”, licht de Geschillencommissie toe in haar uitspraak.

Ruime uitleg mogelijk

De Geschillencommissie ziet voldoende aanknopingspunten om deze uitleg ook toe te passen op de Nederlandse praktijk van rechtsbijstandverzekeringen. Het begrip ‘gerechtelijke procedure’ kan volgens haar niet worden beperkt door een onderscheid te maken tussen een voorbereidende fase en de besluitfase. In deze klachtzaak betekent het dat de consument voor het conflict met de Nationale Triatlonbond recht heeft op gefinancierde rechtsbijstand.

Verzekeraar kan in beroep gaan

De uitspraak (GC 2021-0300) van de atlete tegen DAS is bindend. Gegeven het belang van de zaak krijgt de verzekeraar de mogelijkheid om beroep in te stellen. DAS moet in dat geval ook de kosten voor de consument dragen. De uitspraak van de Commissie van Beroep kan niet leiden tot een lagere vergoeding dan in de uitspraak van de Geschillencommissie is opgelegd.

Elke werkdag het belangrijkste financiële nieuws in uw mailbox? Meld u gratis aan voor InFinance Daily.

Deel dit artikel

Over de auteur

Redactie InFinance

De redactie is verantwoordelijk voor de dagelijkse nieuwsupdates op de website InFinance.nl en nieuwsbrief InFinance Daily.