Kifid schrapt ‘oneerlijk beding’ ASR

0

Een verzekerde krijgt via de Commissie van Beroep van Kifid de door hem betaalde poliskosten voor een beleggingspolis van ASR terug. Bij het afsluiten was voor de consument uit de voorwaarden niet af te leiden wat de hoogte en samenstelling van de poliskosten zouden zijn, stelt de Commissie vast.

In die omstandigheden is het beding over de poliskosten niet van toepassing, zo oordeelt de Commissie van Beroep in een vandaag gepubliceerde uitspraak. Hiermee volgt de Commissie van Beroep de jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie als het gaat om de Europese richtlijn ‘oneerlijke bedingen voor consumentenovereenkomsten’.

De zaak

In juli 2003 sluit de consument, door bemiddeling van een ‘onafhankelijke en deskundige tussenpersoon’ een LevensPlanBescherming voor de duur van 30 jaar af bij een rechtsvoorganger van ASR. De beleggingsverzekering is eind 2012 omgezet in een ander product. De consument heeft zich bij Kifid onder meer beklaagd over de gebrekkige informatie vooraf en over kosten, die door de verzekeraar onterecht in rekening zouden zijn gebracht. Met de Geschillencommissie is de Commissie van Beroep van oordeel dat de vermelding ‘dat poliskosten maandelijks aan de verzekering zullen worden onttrokken in verband met administratiekosten’ niet toereikend is. Over de nominale hoogte en het procentuele beslag op de premie ontbreekt informatie.

Geen transparante uitleg

De consument heeft zich volgens de Commissie van Beroep vóór het afsluiten van de beleggingsverzekering naar behoren geïnformeerd over beleggingstechnische kosten, investeringskosten en over de zogenaamde eerste kosten. “Anders is dat voor de poliskosten. In deze zaak heeft de consument op basis van de overeenkomst de economische gevolgen van het beding niet kunnen inschatten. De verzekeraar heeft de concrete werking van het mechanisme van het betreffende beding niet transparant uitgelegd. Op geen enkele manier wordt toegelicht wat er onder de poliskosten valt en welke factoren de hoogte van de poliskosten bepalen.”

Dit brengt de Commissie van Beroep tot het oordeel dat het beding buiten toepassing moet blijven. “Voor het inhouden van poliskosten is geen rechtsgrond en de verzekeraar moet de ingehouden poliskosten vermeerderd met de wettelijke rente terugbetalen aan de consument. Daarnaast dient de verzekeraar de kosten voor rechtsbijstand en de bijdrage voor de beroepsprocedure aan de consument te vergoeden.”

Andere klachten afgewezen

De Commissie van Beroep heeft in deze klacht ook stilgestaan bij het hefboom- en inteereffect. De conclusie is dat de verzekeraar de compensatieregeling op dit punt correct heeft uitgevoerd en dat de consument hiervoor voldoende vergoeding heeft ontvangen. De klacht over gebrekkig advies wordt afgewezen. Volgens de Commissie van Beroep heeft de consument voor het sluiten van de polis op eigen initiatief gebruik gemaakt van bemiddeling door een onafhankelijke tussenpersoon. “Tussen deze consument en de verzekeraar bestond geen adviesrelatie. Zou er sprake zijn van gebrekkig advies en als gevolg daarvan schade, dan is de tussenpersoon hiervoor aansprakelijk en niet de verzekeraar”, aldus het oordeel van de Commissie. Ook het beroep op dwaling en op schending van de zorgplicht wordt opnieuw afgewezen.

De eerdere uitspraak van de Geschillencommissie (GC 2016-261) van 15 juni 2016 wordt daarom enkel op het punt van de poliskosten vervangen door de uitspraak van de Commissie van Beroep. Voor het overige blijft de uitspraak in stand.

Elke werkdag het belangrijkste financiële nieuws in uw mailbox? Meld u gratis aan voor InFinance Daily.

Deel dit artikel

Over de auteur

Redactie InFinance

De redactie is verantwoordelijk voor de dagelijkse nieuwsupdates op de website InFinance.nl en nieuwsbrief InFinance Daily.