Gendergelijkheid nog ver te zoeken

0

In vergelijking met andere landen in West-Europa is de gendergelijkheid op de Nederlandse arbeidsmarkt ver te zoeken. Nederlandse vrouwen maken het minste aantal betaalde arbeidsuren, hebben het laagste gemiddelde maandinkomen en zijn nog steeds zwaar ondervertegenwoordigd in managementposities.

Dit is een van de belangrijkste conclusies uit het rapport ‘Het potentieel pakken’, een studie van McKinsey Global Institute dat vandaag door minister Van Engelshoven (emancipatie) en minister Koolmees (sociale zaken en werkgelegenheid) aan de Tweede Kamer is gestuurd.

  • Aantal betaalde arbeidsuren:
    Het gemiddelde aantal betaalde arbeidsuren voor Nederlandse vrouwen is 71% van het aantal betaalde arbeidsuren van mannen; gemiddeld in West-Europa is dit 79%.
  • Gemiddeld maandinkomen:
    Het gemiddelde maandinkomen van Nederlandse vrouwen is 61% van dat van mannen; gemiddeld in West-Europa is dit 68%.
  • Vertegenwoordiging in managementposities:
    Gemiddeld zijn er voor elke 100 mannen 34 vrouwen actief in managementposities (oftewel, het aandeel vrouwen is 25%). ln West-Europa zijn dat er gemiddeld 48 op elke 100 mannen (32%)
  • Studenten in bèta-opleidingen:
    Dertig vrouwen voor elke 100 mannen hebben voor een bèta-opleiding gekozen (oftewel, het aandeel vrouwen is 23%). ln West-Europa is dit 44 vrouwen op elke 100 mannen (31%).

Vrije keuze?

Omdat veel Nederlandse vrouwen in kleine deeltijdbanen werken blijft hun talent onbenut en worden kansen op ontwikkeling beperkt. Het onderzoek toont aan dat er 230.000 vrouwen financieel zelfstandig kunnen worden als ze gemiddeld tussen de twee en de vijf uur per week meer zouden werken. En meer gelijkheid op de arbeidsmarkt kan volgens deze studie zorgen voor een substantiële toename van het bbp van Nederland, McKinsey berekent dat op meer dan 100 miljard euro.

Volgens minister van Engelshoven blijven we in Nederland hangen in het model van de jaren ’70, toen de arbeidsparticipatie onder Nederlandse vrouwen op gang kwam. “Zorg en werk worden nog altijd ongelijk verdeeld. En zo lijken vrouwen te vaak voor een kleine deeltijdbaan te kiezen. Belangrijk daarbij is dat we de vraag stellen of dit wel een vrije keuze is.”

Wil om te veranderen

Nederland is volgens Van Engelshoven kampioen deeltijdwerken. Ze wil erachter komen hoe het komt dat Nederland hierin zo verschilt met de omliggende landen en welke maatregelen dit kunnen doorbreken. Daarom gaat het kabinet dit preciezer onderzoeken. “Het enige wat dan verandering in de weg kan staan, is de wil om te veranderen,” aldus de emancipatieminister.

Om te zorgen voor een gelijkere verdeling en grotere deeltijdbanen heeft dit kabinet een aantal maatregelen genomen. Zo wordt het met het nieuwe belastingstelsel financieel aantrekkelijker om meer uren te gaan werken, wordt er 248 miljoen euro geïnvesteerd in de kinderopvangtoeslag en wordt het geboorteverlof uitgebreid naar zes weken.

Werkgevers aan de bak

Naast deze maatregelen ligt hier ook een opgave voor de werkgevers, zegt Van Engelshoven. “Vooral de werkgevers in sectoren waar ze staan te springen om mensen, zoals zorg, onderwijs en techniek, moeten zich dit rapport aantrekken. Ga in gesprek met de werknemers en kijk samen hoe je het aantrekkelijk maakt om het aantal werkuren uit te breiden. In de techniek werken nog steeds erg weinig vrouwen, wat doe je daar als sector aan?”

Deel dit artikel

Over de auteur

Redactie InFinance

De redactie is verantwoordelijk voor de dagelijkse nieuwsupdates op de website InFinance.nl en nieuwsbrief InFinance Daily.