Aandeel in de eigenwoningschuld in IB2017

0

De Nederlandse Vereniging van Hypothecair Planners (NVHP) roept notarissen, accountants en financieel adviseurs op om hun klanten in het kader van de belastingaangifte 2017 attent te maken op de nieuwe fiscale regels inzake het vaststellen van het aandeel in de eigenwoningschuld.

Eind januari 2018 werd een goedkeurend besluit inzake het vaststellen van het aandeel in de eigenwoningschuld gepubliceerd. Hiermee heeft de staatssecretaris van Financiën een einde gemaakt aan een lange periode van onzekerheid ten aanzien van het vaststellen van de eigenwoningschuld tussen partners.

Keuze maken

Belastingplichtigen kunnen al in de belastingaangifte over 2017 een keuze maken of zij wel of geen gebruik willen maken van dit goedkeurende besluit. De oproep die NVHP nu doet is volgens de vereniging noodzakelijk omdat verkeerde besluitvorming op dit punt consumenten grote financiële schade kan opleveren. NVHP: “De standaard zienswijze van de staatsecretaris leidt tot diverse fiscale knelpunten waar consumenten nu mee geconfronteerd kunnen worden. De problematiek manifesteert zich vooral bij samenwoners of gehuwde stellen met huwelijkse voorwaarden, waarbij de woning geen onderdeel is van een huwelijksgemeenschap. Ook kunnen er in de toekomst problemen ontstaan bij stellen die onder het nieuwe huwelijksvermogensrecht gaan trouwen en tijdens het huwelijk een woning verwerven.”

Fiscale knelpunten

De standaard zienswijze van de staatssecretaris kan leiden tot mogelijke fiscale knelpunt. Hiervan geeft de NVHP het volgende voorbeeld:

“Indien één van beide partners eigen middelen inbrengt leidt dat, volgens de standaardzienswijze van de staatsecretaris, tot een vergoedingsrecht en niet tot een beïnvloeding van de interne draagplicht. Door deze uitleg wordt de schuld door beide partners gedragen in een verhouding die gelijk is aan het eigendom. Dit leidt tot de volgende mogelijke fiscale knelpunten:

  • De partner die een eigenwoningreserve heeft brengt deze niet volledig in mindering op zijn eigen verwerving. Hij investeert immers de helft van zijn vermogen in het vermogen van de ander. Hierdoor zal een deel van de hypotheekschuld niet meer kunnen kwalificeren als eigenwoningschuld.
  • Als slechts één van beide partners recht heeft op het zogenaamde overgangsrecht (aflossingsvrij) en een deel van de lening ook daadwerkelijk aflossingsvrij wordt gesloten, wordt deze voor de helft geacht onderdeel te zijn van de schuld van de andere partner die geen recht heeft op overgangsrecht. Hierdoor kwalificeert een deel van deze lening niet als eigenwoningschuld.

Door toepassing van het goedkeurende besluit kunnen belastingplichtigen ervoor kiezen hun fiscale verleden voor de helft aan elkaar over te hevelen. Hierdoor worden de fiscale knelpunten op korte termijn weggenomen. Aan het goedkeurende besluit kleven ook diverse nadelen welke zich bij een eventuele scheiding kunnen manifesteren. In de praktijk zal onderzocht moeten worden of het voor cliënten verstandig is gebruik te maken van dit besluit. Het standaard gebruiken van het besluit in de geschetste situatie is in de ogen van de NVHP onverantwoord.”

Nooit meer financieel nieuws missen? Kies welk platform het best bij u past en volg InFinance op:
Facebook, Twitter en/of LinkedIn

Deel dit artikel

Over de auteur

Redactie InFinance

De redactie is verantwoordelijk voor de dagelijkse nieuwsupdates op de website InFinance.nl en nieuwsbrief InFinance Daily.