Uit een evaluatie van de stelselwijzigingen van de zorg, onder andere de Zorgverzekeringswet (Zvw), blijkt volgens onderzoekers en het kabinet dat zorgverzekeraars in het begin vooral op prijs hebben geconcurreerd, maar nu steeds meer op kwaliteit. InFinance legde naar aanleiding hiervan de stelling 'Marktwerking in de zorg ontbreekt' voor aan vier betrokken: SP-kamerlid Henk van Gerven, zorgverzekeraars CZ en ONVZ en de Nederlandse Zorgautoriteit.
Henk van Gerven, Kamerlid SP
De marktwerking in de zorg faalt om twee redenen: het is niet effectief en moreel onaanvaardbaar, waardoor draagvlak ontbreekt. Marktwerking is gebaseerd op de illusie dat de zorg dan beter en goedkoper wordt. Het laatste is gezien de kostenstijgingen door de vrije prijsvorming bij de ziekenhuizen en fysiotherapeuten onjuist. Het declaratiecircus bij de ziekenhuizen deed de specialisteninkomens exploderen.
Marktwerking leidt verder tot tweedeling in de zorg. Betere zorg voor de mensen met geld en zij die de weg weten. En toenemende drempels voor de lagere inkomens en bijvoorbeeld psychiatrische patiënten. Het aantal wanbetalers - dat zal uitgroeien tot een permanente schuldenkaste - is al gegroeid naar bijna 300.000 mensen.
De marktwerking is tot mislukken gedoemd omdat mensen dit in groten getale afwijzen. Men wil goede zorg om de hoek en hulpverleners waarop men kan vertrouwen. Men wil niet door verzekeraars vanwege geldelijke motieven naar bepaalde hulpverleners worden gestuurd, maar volledige keuzevrijheid.
Met de marktwerking ontstaat ook het georganiseerd wantrouwen, omdat een patiënt niet meer weet of een dokter handelt om iemand beter te maken of vanwege zijn eigen portemonnee. Verder bestaat onder de hulpverleners grote weerzin tegen de invoering van financiële prikkels en het productiegerichte denken. De intrinsieke drijfveer om mensen te helpen moet leidend blijven, niet een bonuscultuur.
Wim van der Meeren, voorzitter Raad van Bestuur zorgverzekeraar CZ
'Marktwerking in de zorg ontbreekt', zo luidt de stelling. Ik zou liever zeggen: ontbreekt nu nog. We werken hard aan een beter zicht op de kwaliteit van het zorgaanbod. Pas dan kunnen verzekeraars hun rol van selectieve, kritische zorginkoper echt waarmaken. Kritische inkoop moet uiteindelijk leiden tot een beter aanbod: meer specialisatie, meer kwaliteit tegen lagere kosten. Kortom: meer toegevoegde waarde. De klant wil immers meer zorg per euro premie. En terecht!
De verzekeraars zijn de eerste vier jaar na de introductie van het nieuwe zorgverzekeringsstelsel helaas nog niet verder kunnen komen dan fase 1: de eerste slag om de verzekerde. Vandaar de felle concurrentie op scherpe premies voor basispolissen en aanvullende verzekeringen. Daarom ook zo'n strijd om wie de beste service verleent. Op deze fronten doen de zorgverzekeraars nauwelijks voor elkaar onder. De klant heeft die buit van gezonde marktwerking al binnen. Daarom switchen nog maar weinig klanten van zorgverzekeraar.
Het komt de komende decennia aan op een stevige inzet op meerwaarde nummer 2: selectieve zorginkoop van goede zorg voor een goede prijs. Die selectieve inkoop moet dan leiden tot veranderingen in het aanbod. Bijvoorbeeld dat niet langer alle ziekenhuizen hetzelfde doen, maar zich gaan toeleggen op een specifiek aanbod om daarin te excelleren. Het zal niet makkelijk worden, maar het moet wel gebeuren. Onze license to operate staat of valt er mee.
Erno Kleijnenberg, voorzitter Raad van Bestuur, ONVZ Zorgverzekeraar
Wij zijn het niet eens met de stelling dat er te weinig marktwerking in de zorgmarkt plaatsvindt. Hieraan liggen een aantal redenen ten grondslag. Op de eerste plaats is het een feit dat de inhoud van de basisverzekering voor een groot deel door de overheid wordt bepaald. Daardoor is er minder ruimte om op dat vlak onderscheidend te zijn. Maar er tekent zich in de markt wel een steeds groter verschil af tussen Restitutie- en Naturaverzekeraars. Bij ons als Restitutieverzekeraar staat bijvoorbeeld de vrije keuze hoog in het vaandel. Niet het zorginkoopbeleid, maar de keuze van de consument over zorg draagt, ons inziens, bij aan een succesvolle marktwerking in de zorg. Voor de premies en dekking van de aanvullende verzekeringen bestaan er ook duidelijke verschillen. Meer dan 90 procent van onze verzekerden heeft een aanvullende verzekering. Hierdoor doet de marktwerking zijn werk. De verschillen hierin kunnen oplopen tot een bedrag van meer dan 500 euro per jaar en de dekkingen lopen fors uiteen. De consument kan daarin duidelijke keuzes maken.
De zorgmarkt wordt steeds meer een adviesmarkt. Consumenten willen steeds meer inzicht in de prestaties en kwaliteit van zorgverleners. En daarnaast wordt het vanwege de vele keuzemogelijkheden steeds lastiger om het juiste verzekeringspakket en de beste verzekeraar te bepalen. De markt zoekt deskundige en onafhankelijke ondersteuning. Zorgverzekeraars moeten hier zelf of via het intermediair in voorzien. Zij moeten de consumenten begeleiden naar de juiste verzekering, de beste zorg en bovenal de kwaliteit in de markt.
Annemiek van der Laan, Hoofd Corporate Communicatie NZa
De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) constateert een gebrek aan dynamiek op de markt voor zorgverzekeraars. De concurrentie blijft beperkt tot premies. Verzekeraars proberen wel in toenemende mate hun cliënten te ondersteunen in hun keuze voor een zorgaanbieder, maar het is voor verzekerden nog onvoldoende inzichtelijk welk kwaliteitsvoordeel te winnen is met het volgen van de keuzesuggestie van de verzekeraar. Zorgverzekeringen verschillen inhoudelijk nog nauwelijks. De informatieverstrekking aan consumenten over de ingekochte zorg moet minder globaal en meer begrijpelijk. Een belangrijke belemmering daarvoor is dat de transparantie van de kwaliteit van zorg nog steeds tekortschiet.
Zorgverzekeraars ervaren nog steeds een imagoprobleem bij het beïnvloeden van de keuze van verzekerden voor een zorgaanbieder. In 2009 is een aantal verzekeraars gestart met het stimuleren van verzekerden om zorgaanbieders te kiezen die een goede prijs-kwaliteitverhouding kennen. Maar het is voor de verzekerden vaak niet duidelijk wat de (kwaliteits)voordelen daarvan zijn en zorgverzekeraars weten nog niet in hoeverre de inkoopvoordelen opwegen tegen de opbrengsten. Verzekeraars moeten meer aandacht besteden aan informatie over gecontracteerde zorgaanbieders. Vanwege het belang van de zorginkoop onderzoekt de NZa de prikkels en randvoorwaarden voor een effectieve zorginkoop op de verschillende zorgmarkten.