Starters op de woningmarkt die de hulp van een VROM starterslening nodig hebben voor de aankoop van hun eerste eigen huis vallen nu buiten de boot omdat het geld door verkeerde toewijzing terecht is gekomen bij kopers die deze steun slechts gedeeltelijk of soms zelfs helemaal niet nodig hebben. Mede hierdoor is VROM starterslening tot een voortijdig einde gekomen. Dit concludeert de Vereniging Eigen Huis, die daarom een aanpassing van de berekeningsmethodiek bepleit.
De verkeerde toewijzing van de overheidssteun voor koopstarters wordt volgens VEH veroorzaakt door de wijze waarop aanvragen voor startersleningen worden beoordeeld. 'Het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten (SVn), de uitvoeringsinstantie voor de starterslening, hanteerde voor de beoordeling van de aanvragen tot 1 juli van dit jaar een toetsrente van 6 procent voor een 15-jarige rentevaste periode, terwijl de marktrente voor dergelijke hypotheken gedaald is naar 4,6 procent. Huizenkopers lijken daardoor meer financiële hulp nodig te hebben dan daadwerkelijk het geval is. Het verschil leidt tot een extra hoge starterslening waar in feite geen noodzaak voor is. Voor de aanvrager is dit een leuk extraatje. Een starterslening, die de eerste drie jaar renteloos en aflossingsvrij is, kan oplopen tot ruim 50.000 euro', aldus VEH.
VEH wil dat SVn de berekeningsmethode van de starterslening aanpast, zodat wordt getoetst op basis van de werkelijke hypotheekrente. Zo kan het nog beschikbare budget bij de resterende 135 gemeenten met een starterslening over een veel grotere groep kopers worden verdeeld dan nu het geval is.
In 2007 bedroeg het fonds voor de VROM starterslening 40 miljoen euro. Tussen begin 2007 en eind 2009 werden 5.238 startersleningen verstrekt, waarvoor de helft van het totale budget werd gebruikt, aldus de Vereniging. 'Vooral nadat op 29 maart van dit jaar bekend werd dat de pot van de landelijke Koopsubsidie leeg was, steeg de vraag naar startersleningen sterk. Tussen januari en mei van dit jaar werden circa 3.500 aanvragen gehonoreerd, waarmee de resterende helft van het beschikbare budget werd opgemaakt.'
De VEH is van mening dat de verkeerde beoordelingsmethodiek van het SVn eraan heeft bijgedragen dat op dit moment geen rijksgeld meer beschikbaar is voor de ondersteuning van koopstarters. Nu het geld op is, zetten slechts 135 gemeenten de regeling uit eigen middelen voort. De VEH doet een dringend beroep op gemeenten om startersleningen te blijven verstrekken: 'Het is dan wel noodzakelijk dat deze leningen terecht komen bij de starters die het echt nodig hebben.'